Schil de appels en snijd in plakken van ca. 5 mm dik. Besprenkel met citroensap en laat 10 minuten rusten.
Meng voor het beslag melk, eidooiers, bloem, boter, vanillesuiker en olie goed. Klop de eiwitten met een snufje zout stijf en spatel voorzichtig door het beslag.
Meng suiker met kaneel. Verhit de olie, doop de appelschijven in het beslag en bak ze aan beide kanten goudbruin. Laat uitlekken op keukenpapier en bestrooi nog warm met het kaneel-suikermengsel.