Kook de aardappelen in de schil, druk ze nog warm door een aardappelpers en laat afkoelen (als je geen aardappelpers hebt, kun je de licht afgekoelde aardappelen grof raspen). Voeg de overige ingrediënten toe en meng voorzichtig met de hand (het deeg niet te veel kneden). Laat het deeg even rusten. Verhit wat olie in een pan en doe het deeg erin. Afhankelijk van de grootte van de pan is het aan te raden de Kartoffelriebel in twee porties te bereiden, anders duurt het langer voordat het mooi knapperig wordt. Bak eerst aan beide kanten, draai om en verdeel met een spatel in steeds kleinere stukjes. Voeg tegen het einde de boter toe en bak knapperig. Serveer de Kartoffelriebel met veenbessenjam of appelmoes.