Door het Vinschgau loopt de “Alpine Straße der Romanik" (Alpiene Romaanse route), ook wel “Ladders naar de hemel“ genoemd, het spoor volgend van oeroude kerken en kapellen. De geschiedenis en de prehistorie hebben hun stempel gedrukt op het al duizenden jaren bewoonde dal. Kelten, Retiërs en Venusten woonden hier al voordat de Romeinen kwamen. Zo zijn er in het hele dal opgravingen en magische plekken te vinden, die nog niets van hun uitstralingskracht verloren hebben. Een voorbeeld daarvan is de Tartscher Bühel, een schrale, rotsachtige ronde heuvel van glimmerschist.
Op dit eens door Kelten bewoonde, naar het zuiden gerichte uitzichtpunt staat al meer dan 1000 jaar de St. Veithkerk.

Bij Matsch, niet ver van deze heidense offerplaats, ligt de geboorteplek van de Heilige Florinus.
Het “Heiligdom van de drie bronnen” werd al door Keltische offerpriesters bezocht en aanbeden. Magisch doet ook de planten- en dierenwereld van het nationale park Stilfserjoch aan.
Het Ortlermassief, de Sesvenna en de Ötztaler Alpen, maar ook de marmergroeven tonen de natuurlijke verscheidenheid en de krachtplekken van deze vakantiegebied.